Sinds 2020 klinken in het Westen steeds luider stemmen om publieke symbolen die verband houden met een koloniaal, racistisch en slavenhoudend verleden, uit te wissen of een andere naam te geven.
Deze beweging, versterkt door hedendaagse eisen zoals die van Black Lives Matter, streeft ernaar de publieke ruimte te zuiveren van elke referentie die als problematisch wordt beschouwd.
Ivan Burel hekelt de manicheïstische benadering en het morele anachronisme van dit fenomeen, vergelijkbaar met de Romeinse damnatio memoriae, dat het risico loopt het collectieve geheugen te verstoren en de samenleving te verdelen.